In deze lezing zullen we zien welke plaats Jan Sluijters inneemt binnen het Nederlandse Expressionisme en we vergelijken hem met een groot aantal collega-schilders.

Jan Sluijters ( 1881-1957) meldde zich na een opleiding van 4 jaar aan diverse instituten in december 1902 aan als lid van de Amsterdamse kunstenaarsverenigingen Arti et Amicitiae en St Lucas. Reeds op jonge leeftijd was hij al een veelbelovend talent. In 1904, 23 jaar oud, won hij niet alleen de Koninklijke Subsidie op de tentoonstelling Levende Meesters, maar ook de Prix de Rome. Hierdoor werd hem gedurende 4 jaar een jaargeld van 1200 guldens in het vooruitzicht gesteld, een toelage die het hem mogelijk maakte om samen met zijn kersverse vrouw Bertha op studiereis te gaan naar steden als Rome, Napels, Florence, Milaan. In ItaliĆ« vond Sluijters echter weinig van zijn gading. Het daarop volgende verblijf in Spanje bekortte hij om op de terugreis in Parijs nog net de Salon des Independants voorjaar 1906 te zien. En daar waren ook de Fauvisten te zien wiens nieuwe colorisme en vrije penseelvoering Sluijters gretig overnam toen hij spontaan besloot een aantal maanden met Bertha in Parijs te gaan wonen. De volle nadruk kwam te liggen op het tegenover elkaar stellen van kleuren. En daar was de Amsterdamse Rijksacademie absoluut niet blij mee......van zoveel kleurige expressiviteit was men niet gediend en zijn toelage werd stopgezet. De jury tekende bezwaar aan tegen de "drieste veronachtzaming der schoonheid" en was van mening dat de schilder zich liet meeslepen door "een vulgairen valschen smaak". 

Grote ophef veroorzaakten zijn vanaf de jaren twintig geschilderde naakte negerinnen, een onderwerp dat in die jaren ongezien was in de vaderlandse kunst. Critici vergeleken de vrouwen van Sluijters met vampieren: "Haar rode mond is de verboden vrucht die [...] lokt in het donkere gelaat. Het gouden naakte lijf onder den doorschijnend roode sluier is het geweldige vleesch in al zijn verschroeiende glorie." Behalve afkeuring spreekt hieruit ook de aantrekkingskracht die uitgaat van de zinderende werken van Sluijters.
Hoewel zijn werk in de jaren zestig en zeventig een tijd lang in de museumdepots werd opgeslagen, het was de tijd waarin de conceptuele kunst de eigenlijke schilderkunst naar de achtergrond had verdrongen, kwam er in de jaren tachtig een Sluijters- revival op gang. Op veilingen van moderne kunst neemt het oeuvre van Sluijters een belangrijke plaats in.

      

              sluijters elisa en sunamitische vrouw   sluijters maannacht   sluijters lezende vrouw          

                                           

Deze lezing is op dit moment niet ingepland, maar mocht u er belangstelling voor hebben, dan hoor ik dat graag. Bij tenminste acht deelnemers gaat de lezing gegarandeerd door.